ELSENE

Wetenswaardigheden

Kerkregisters (1723-1797).
Voor het opzetten van de Burgerlijke Stand (vanaf 1796), werden door de Franse overheid de parochiële kerkregisters van doop, huwelijk en overlijden in beslag genomen, en daarna ter beschikking gesteld van de ambtenaren van de Burgerlijke Stand. Deze kerkregisters gingen zodoende de grondslag vormen van de Burgerlijke Stand, en vormen nu het basismateriaal van ons genealogisch onderzoek over de periode vóór 1800. De registers berusten heden in de Rijksarchieven van de provincies; zoals het Rijks Historisch Centrum Limburg te Maastricht. De kerkregisters worden door stamboomonderzoekers aangeduid met DTB (Doop-, Trouw- en Begraafboeken) of ook retroacta van de Burgerlijke Stand. Hier presenteren wij thans een eigen bewerking van het Doopregister. Van groot belang zijn hier de doopgetuigen. De grootouders, ooms en tantes van de dopeling werden meestal gevraagd peter of meter te zijn. Soms werd het kind naar de peetoom of peettante genoemd, vooral als de naam tijdens de doop werd vastgesteld. De in het doopregister vermelde namen van de doopgetuigen zet stamboomonderzoekers daarmee dikwijls op het spoor van mogelijke verwantschappen (filiaties).